INTEGER
INT in Engelstalige Excel
Rondt een getal af naar het dichtstbijzijnde gehele getal eronder, en haalt daarmee ook de tijd uit een datum-tijdwaarde.
Laatst bijgewerkt: 13 oktober 2026
| Rij | A | B | C |
|---|---|---|---|
| 1 | Factuurnummer | Dagen over vervaldatum | Volle perioden |
| 2 | 25-1041 | 9595 | 33=INTEGER(B2 / 30)=INTEGER(B2 / 30) |
| 3 | 25-1042 | 3030 | |
| 4 | 25-1043 | 6161 | |
| 5 | 25-1044 | 2929 | |
| 6 | 25-1045 | 118118 |
Veeg opzij om alle kolommen te zien
Resultaat: 3
=INTEGER(B2 / 30)
=INTEGER(B2 / 30)
Wat INTEGER doet en wanneer je het gebruikt
Wat het doet: het rondt een getal naar beneden af op het gehele getal op of onder dat getal, bijvoorbeeld 75 dagen te laat geeft 2 volle perioden van 30 dagen.
Wanneer je het gebruikt: voor hele eenheden uit een deling, voor klassen van gelijke breedte en om de datum los te maken van een datum-tijdwaarde. Let op: -0,65 wordt -1, niet 0. Wil je afronden op het dichtstbijzijnde gehele getal, gebruik dan AFRONDEN.
Hoe Excel de functie berekent
Excel berekent eerst getal, inclusief een deling of verwijzing die erin staat. Daarna zoekt Excel het grootste gehele getal dat kleiner dan of gelijk aan die waarde is:
- een waarde die al geheel is, komt ongewijzigd terug
- een positief getal met een deel achter de komma verliest dat deel
- een negatief getal met een deel achter de komma schuift door naar het volgende lagere gehele getal
Het resultaat is een getal; was de invoer een datum-tijdwaarde, dan is het resultaat het seriële getal van de datum en heeft de cel een datumnotatie nodig om als datum leesbaar te zijn.
Let op: Bij een negatief getal gaat INTEGER omlaag, niet in de richting van nul: -3,2 wordt -4 en niet -3. Gebruik GEHEEL als een negatief getal in de richting van nul moet worden afgekapt, zodat -3,2 -3 wordt.
Denkmodel
Een getallenlijn met een streepje bij elk geheel getal: INTEGER schuift altijd naar links naar het dichtstbijzijnde streepje, nooit naar rechts, aan welke kant van nul je ook begint.
Begrippen op deze pagina: celverwijzing, serieel getal, cel
INTEGER(getal)
INTEGER(getal)
| Argument | Soort | Betekenis |
|---|---|---|
getal | Verplicht | Waarde die je omlaag afrondt op een geheel getal; negatieve getallen gaan weg van nul. |
Geeft terug:Het grootste gehele getal dat niet groter is dan getal
Formules gebruiken komma's (,) tussen de argumenten, zoals in de Engelse Excel. Formules gebruiken puntkomma's (;) tussen de argumenten, zoals in de Nederlandse Excel. Formules gebruiken puntkomma's (;) tussen de argumenten, zoals in de Nederlandse Excel; de Engelse Excel gebruikt komma's (,).
Uitgewerkte voorbeelden
Beginner
Volle perioden van 30 dagen over de vervaldatum op een ouderdomsanalyse
Je werkt de ouderdomsanalyse debiteuren van de klant door. Per openstaande factuur heb je het aantal dagen na de vervaldatum, en je wilt weten hoeveel volle perioden van 30 dagen die factuur te laat is, om de facturen in te delen in de klassen van 30, 60 en 90 dagen.
Een factuur die 95 dagen over de vervaldatum is, heeft 3 volle perioden gehad; de lijst moet 3 zeggen.
| Rij | A | B | C | D |
|---|---|---|---|---|
| 1 | Factuurnummer | Dagen over vervaldatum | Volle perioden | |
| 2 | 25-1041 | 9595 | 33=INTEGER(B2 / 30)=INTEGER(B2 / 30) | |
| 3 | 25-1042 | 3030 | ||
| 4 | 25-1043 | 6161 | ||
| 5 | 25-1044 | 2929 | ||
| 6 | 25-1045 | 118118 | ||
| 7 |
Veeg opzij om alle kolommen te zien
Formule in C2
=INTEGER(B2 / 30)
=INTEGER(B2 / 30)
Resultaat: 33
Stap voor stap
- Excel berekent eerst het argument:
B2/ 30 = 95 / 30 = 3,166..., het aantal perioden als ook een onvolledige periode zou meetellen. - INTEGER zoekt het grootste gehele getal dat niet boven 3,166... ligt: dat is 3. Het deel 0,166... (5 dagen) valt weg.
C2toont 3. Controle: 3 × 30 = 90 dagen, en 95 - 90 = 5 dagen blijven over, minder dan een volle periode.- Kopieer naar beneden.
C3: 30 / 30 = precies 1, dus INTEGER laat 1 ongewijzigd.C4: 61 / 30 = 2,033..., dus 2.C5: 29 / 30 = 0,966..., dus 0. C5is 0: factuur25-1044heeft nog geen volle periode gehad, ook al had AFRONDEN er 1 van gemaakt.C6: 118 / 30 = 3,933..., dus 3 en niet 4.
Let op: Facturen die nog niet vervallen zijn, hebben negatieve dagen over de vervaldatum. INTEGER(-10 / 30) geeft -1 en niet 0, dus zo'n factuur krijgt min één periode. Test eerst het teken, bijvoorbeeld met MAX(0; B2).
Meer over dit voorbeeld: waarom het werkt, 1 variant
Waarom het werkt
Delen door 30 zet dagen om in perioden, en het deel achter de komma is de periode die nog niet vol is. INTEGER haalt precies dat deel weg en rondt nooit naar boven af, dus een factuur komt pas in een latere klasse als hij die grens echt gepasseerd is.
Varianten
=B2 - INTEGER(B2 / 30) * 30
=B2 - INTEGER(B2 / 30) * 30
De dagen binnen de lopende periode, 95 - 90 = 5. Toont de twee delen van de splitsing naast elkaar; REST(B2; 30) geeft hetzelfde.
Halfgevorderd
Afstemverschillen indelen in klassen van 500 euro
Je stemt het grootboek debiteuren (grootboekrekening 1300) per klant af op de ouderdomsanalyse van de klant. De verschillen zijn positief en negatief.
Om te bepalen welke je opvolgt, wil je bij elk verschil het begin zien van de klasse van 500 euro waarin het valt (van -1,5001.500 tot -1,0001.000, van 0 tot 500, enzovoort). De klassebreedte staat in E2 zodat je hem kunt wijzigen.
| Rij | A | B | C | D | E | F |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 1 | Relatie | Verschil | Klasse vanaf | Klassebreedte | ||
| 2 | D1001 | -€1,250.00€ -1.250,00 | -€1,500.00€ -1.500,00=INTEGER(B2 / $E$2) * $E$2=INTEGER(B2 / $E$2) * $E$2 | euro | 500500 | |
| 3 | D1002 | €320.00€ 320,00 | ||||
| 4 | D1003 | €1,180.00€ 1.180,00 | ||||
| 5 | D1004 | -€80.00€ -80,00 | ||||
| 6 | D1005 | €2,750.00€ 2.750,00 | ||||
| 7 | D1006 | -€500.00€ -500,00 | ||||
| 8 |
Veeg opzij om alle kolommen te zien
Formule in C2
=INTEGER(B2 / $E$2) * $E$2
=INTEGER(B2 / $E$2) * $E$2
Resultaat: -€1,500.00€ -1.500,00
Stap voor stap
- Excel deelt het verschil door de klassebreedte:
B2/$E$2= -1250 / 500 = -2,5. Het verschil ligt dus 2,5 klassebreedte onder nul. - INTEGER(-2,5) zoekt het grootste gehele getal dat niet boven -2,5 ligt. Dat is -3, niet -2: op de getallenlijn is -3 het eerste gehele getal links ervan.
- Terugvermenigvuldigen met de breedte geeft het begin van de klasse: -3 × 500 = -1500. Het verschil -1,2501.250 hoort in de klasse van -1,5001.500 tot -1,0001.000, en dat klopt.
- Vergelijk dat met GEHEEL, dat in de richting van nul afkapt: GEHEEL(-2,5) = -2, dus -1,2501.250 zou in de klasse van -1,0001.000 tot -500 komen, een klasse te hoog. Elk negatief verschil zou te dicht bij nul worden ingedeeld.
- Kopieer naar beneden;
$E$2blijft vast.D1002: INTEGER(0,64) × 500 = 0.D1003: INTEGER(2,36) × 500 = 1000.D1004: INTEGER(-0,16) × 500 = -500.D1005: INTEGER(5,5) × 500 = 2500.D1006: -500 / 500 = -1 precies, INTEGER(-1) = -1, dus -500: een verschil dat precies op een grens ligt, is het begin van zijn klasse. - Zet
E2op 1000 en de klassen worden 1,0001.000 breed: -1250 / 1000 = -1,25, INTEGER geeft -2, dus de klasse begint bij -2000.
Let op: Zonder de $-tekens deelt C3 door E3, die leeg is, en geeft #DEEL/0!. De klassebreedte moet vastgezet worden.
Meer over dit voorbeeld: waarom het werkt, nog 1 valkuil, 1 variant
Waarom het werkt
Klassen van gelijke breedte hebben aan beide kanten van nul dezelfde regel nodig: elke waarde gaat naar de klasse waarvan het begin op of onder de waarde ligt. INTEGER is precies die regel, omdat het op de getallenlijn altijd naar links gaat. Delen door de breedte, INTEGER toepassen en terugvermenigvuldigen maakt van 'gehele getallen' 'gehele veelvouden van de breedte'.
Meer om op te letten
- Vervang je INTEGER door GEHEEL, dan krijg je geen foutmelding en blijven de positieve verschillen goed, dus de fout zie je alleen in de negatieve rijen. Test een klasseformule altijd met een negatief verschil.
Varianten
=AFRONDEN.BENEDEN.WISK(B2,$E$2)
=AFRONDEN.BENEDEN.WISK(B2;$E$2)
AFRONDEN.BENEDEN.WISK rondt in één stap af naar beneden op een veelvoud van de breedte en rondt negatieve getallen standaard ook af weg van nul: -1500 voor -1250. Kies deze functie als de lezer haar kent; INTEGER met delen en vermenigvuldigen werkt in elke versie.
Gevorderd
Handmatige boekstukken tellen die op de jaarafsluitdatum zijn aangemaakt
Bij het testen van journaalposten heb je de handmatige boekstukken (dagboek MEM) met de datum en tijd waarop het systeem ze heeft aangemaakt. Je wilt voor je afgrenzingswerk het aantal boekstukken dat op 31 december 2025 is aangemaakt, de datum in E1.
AANTAL.ALS op de kolom met tijdstempels werkt niet, omdat een tijdstempel om 09:10 niet gelijk is aan de datum zelf, dus de formule moet het datumdeel van elk tijdstempel vergelijken.
| Rij | A | B | C | D | E | F |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 1 | Boekstuk | Aangemaakt | Datum | 31-12-2025 | ||
| 2 | 25-0901 | 30-12-2025 17:45 | Boekstukken | 44=SOMPRODUCT(--(INTEGER(B2:B7) = E1))=SOMPRODUCT(--(INTEGER(B2:B7) = E1)) | ||
| 3 | 25-0902 | 31-12-2025 00:00 | ||||
| 4 | 25-0903 | 31-12-2025 09:10 | ||||
| 5 | 25-0904 | 31-12-2025 15:20 | ||||
| 6 | 25-0905 | 31-12-2025 23:58 | ||||
| 7 | 25-0906 | 02-01-2026 08:30 | ||||
| 8 |
Veeg opzij om alle kolommen te zien
Formule in E2
=SOMPRODUCT(--(INTEGER(B2:B7) = E1))
=SOMPRODUCT(--(INTEGER(B2:B7) = E1))
Resultaat: 44
Stap voor stap
E1bevat 31 december 2025, serieel getal 46022. Elk tijdstempel inB2:B7is een serieel getal met een fractie:25-0903om 09:10 is 46022 + 550 / 1440 = 46022,3819.- De binnenste functie is INTEGER(B2:B7). Die werkt op elk tijdstempel en laat de tijd vallen: {46021; 46022; 46022; 46022; 46022; 46024}.
25-0905om 23:58 is nog 46022,9986, dus ook na INTEGER valt hij op 31 december. - De vergelijking met E1 geeft {ONWAAR; WAAR; WAAR; WAAR; WAAR; ONWAAR}, en het dubbele minteken maakt daar {0; 1; 1; 1; 1; 0} van.
- SOMPRODUCT telt de enen op: 0 + 1 + 1 + 1 + 1 + 0 = 4. Boekstuk
25-0902om precies 00:00 telt mee voor 31 december, omdat de fractie 0 is en INTEGER het ongewijzigd laat;25-0901de dag ervoor telt niet mee. - Dankzij SOMPRODUCT werkt INTEGER in elke Excel-versie op het hele bereik, zonder Ctrl+Shift+Enter. Zet
E1op 2 januari 2026 en het resultaat is 1 (25-0906).
Let op: AANTAL.ALS(B2:B7; E1) geeft hier 1, niet 4: alleen 25-0902 om 00:00 is precies gelijk aan de datum. Het lijkt een rustige jaarafsluiting, en daarom valt de fout niet op.
Meer over dit voorbeeld: waarom het werkt, nog 1 valkuil, 2 varianten
Waarom het werkt
Een datum is een geheel getal en een datum-tijdwaarde is dat getal plus een deel van een dag, dus 'op deze datum' betekent 'het gehele deel is gelijk aan deze datum'. INTEGER haalt het gehele deel voor elke rij tegelijk eruit, en de vergelijking plus SOMPRODUCT maakt van de overeenkomsten een aantal.
Meer om op te letten
- Is één tijdstempel als tekst die Excel niet als datum kan lezen (zoals n.v.t.) in de export binnengekomen, dan geeft INTEGER voor die rij #WAARDE! en geeft SOMPRODUCT #WAARDE! voor de hele telling. Controleer de kolom met ISGETAL.
Varianten
=AANTALLEN.ALS(B2:B7,">=" & E1, B2:B7, "<" & E1 + 1)
=AANTALLEN.ALS(B2:B7;">=" & E1; B2:B7; "<" & E1 + 1)
Telt tijdstempels vanaf middernacht tot de volgende middernacht, die zelf niet meetelt. Sneller in grote auditfiles, omdat AANTALLEN.ALS niet voor elke rij INTEGER berekent.
=B3 - INTEGER(B3)
=B3 - INTEGER(B3)
De andere helft van de splitsing: de tijd van de dag als fractie, 0 voor 25-0902. Geef de cel een tijdnotatie, dan zie je 00:00.
ExpertExcel 2021 of nieuwer (Dit voorbeeld vereist Excel 2021 of nieuwer)
Handmatige boekstukken markeren die buiten kantoortijden of in het weekend zijn aangemaakt
Bij het testen van journaalposten selecteer je handmatige boekstukken (dagboek MEM) die op een ongebruikelijk moment zijn aangemaakt:
- op zaterdag of zondag
- vóór 07:00
- vanaf 19:00
De auditfile geeft het aanmaakmoment als één datum-tijdwaarde. Je wilt een 1 bij elk boekstuk dat aan een van deze criteria voldoet en een 0 bij de overige. Een boekstuk dat op een werkdag om precies 07:00 is aangemaakt, valt binnen kantoortijd.
| Rij | A | B | C | D |
|---|---|---|---|---|
| 1 | Boekstuk | Aangemaakt | Ongebruikelijk moment | |
| 2 | 25-0911 | 31-12-2025 22:40 | 11=LET( aangemaakt, B2, kalenderdag, INTEGER(aangemaakt), uren, AFRONDEN((aangemaakt - kalenderdag) * 24, 2), ALS(OF(WEEKDAG(kalenderdag, 2) > 5, uren < 7, uren >= 19), 1, 0) )=LET( aangemaakt; B2; kalenderdag; INTEGER(aangemaakt); uren; AFRONDEN((aangemaakt - kalenderdag) * 24; 2); ALS(OF(WEEKDAG(kalenderdag; 2) > 5; uren < 7; uren >= 19); 1; 0) ) | |
| 3 | 25-0912 | 30-12-2025 07:00 | ||
| 4 | 25-0913 | 27-12-2025 11:00 | ||
| 5 | 25-0914 | 02-01-2026 06:30 | ||
| 6 | 25-0915 | 30-12-2025 10:15 | ||
| 7 |
Veeg opzij om alle kolommen te zien
Formule in C2
=LET( aangemaakt,B2, kalenderdag, INTEGER(aangemaakt), uren, AFRONDEN((aangemaakt - kalenderdag) * 24, 2), ALS(OF(WEEKDAG(kalenderdag, 2) > 5, uren < 7, uren >= 19), 1, 0) )
=LET( aangemaakt;B2; kalenderdag; INTEGER(aangemaakt); uren; AFRONDEN((aangemaakt - kalenderdag) * 24; 2); ALS(OF(WEEKDAG(kalenderdag; 2) > 5; uren < 7; uren >= 19); 1; 0) )
Resultaat: 11
Stap voor stap
- LET geeft de invoer een naam. aangemaakt is
B2, 31 december 2025 om 22:40: serieel 46022 + 1360 / 1440 = 46022,9444. - kalenderdag is INTEGER(aangemaakt) = 46022: 31 december 2025 om 00:00. Het tijddeel is aangemaakt - kalenderdag = 0,9444.
- uren zet dat om in uren: 0,9444... × 24 = 22,666..., en AFRONDEN op 2 decimalen geeft 22,67. AFRONDEN haalt de binaire ruis weg die tijdfracties meedragen, zodat een boekstuk om precies 07:00 gelijk is aan 7 en niet aan 6,9999999999.
- De drie tests: WEEKDAG(46022; 2) = 3 (woensdag), en 3 > 5 is ONWAAR. 22,67 < 7 is ONWAAR. 22,67 >= 19 is WAAR. OF vindt één keer WAAR, dus ALS geeft 1.
- Kopieer naar beneden.
25-0912: dinsdag 30 december om 07:00, uren = 7, en 7 < 7 is ONWAAR, dus 0 (de grens valt binnen kantoortijd).25-0913: 27 december is serieel 46018, WEEKDAG = 6 (zaterdag), dus 1. 25-0914: vrijdag 2 januari 2026, serieel 46024 + 6,5 / 24, uren = 6,5, en 6,5 < 7 is WAAR, dus 1.25-0915: dinsdag om 10:15, uren = 10,25: geen enkele test is WAAR, dus 0. Drie van de vijf boekstukken worden gemarkeerd.
Let op: De grenzen 7 en 19 staan in de formule zelf. Heeft de klant andere kantoortijden, dan moet je ze in de formule opzoeken. Zet ze in cellen en verwijs ernaar met absolute verwijzingen.
Meer over dit voorbeeld: waarom het werkt, nog 2 valkuilen, 1 variant
Waarom het werkt
INTEGER van een datum-tijdwaarde is de middernacht aan het begin van die dag, dus aangemaakt min kalenderdag is precies de tijd van de dag, en WEEKDAG kan dezelfde dag gebruiken. LET geeft kalenderdag één keer een naam, zodat de weekdagtest en de berekening van de tijd niet uit elkaar kunnen lopen als iemand een van beide aanpast.
Gebruik deze opbouw niet als de export tijden zonder datum bevat: INTEGER van een tijd is 0, en dat leest Excel als een zaterdag, dus elk boekstuk zou door de weekendtest worden gemarkeerd. Het alternatief voor een test alleen op tijd is REST(B2; 1) * 24, dat geen datum nodig heeft maar geen weekenden kan testen.
Meer om op te letten
- Gebruik uren >= 19 en uren < 7, niet <= en >. Een boekstuk om precies 07:00 valt binnen kantoortijd en een om precies 19:00 niet; met de verkeerde operator gaan beide grensgevallen naar de andere kant.
- Het aanmaakmoment in het systeem is niet de boekingsdatum. Een gemarkeerd boekstuk is een reden om de onderbouwing te bekijken, geen bewijs van een fout.
Varianten
=ALS(OF(WEEKDAG(INTEGER(B2),2) > 5, AFRONDEN((B2 - INTEGER(B2)) * 24, 2) < 7, AFRONDEN((B2 - INTEGER(B2)) * 24, 2) >= 19), 1, 0)
=ALS(OF(WEEKDAG(INTEGER(B2);2) > 5; AFRONDEN((B2 - INTEGER(B2)) * 24; 2) < 7; AFRONDEN((B2 - INTEGER(B2)) * 24; 2) >= 19); 1; 0)
Dezelfde logica zonder LET, voor Excel 2019 en eerder. De delen met INTEGER en AFRONDEN staan er meerdere keren in, dus een latere wijziging moet elke kopie aanpassen.
Veelgemaakte fouten
| Symptoom | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| -3,2 wordt -4, niet -3 | Een tegoed van -3,2 uur wordt -4, terwijl je -3 verwachtte. | GEHEEL(-3,2) geeft -3 omdat het de decimalen aan beide kanten van nul afkapt; INTEGER(-3,2) geeft -4 omdat het het volgende lagere gehele getal neemt. |
| Een getal als 46156 in plaats van een datum | INTEGER(A2) op een tijdstempel toont een getal zoals 46156 in plaats van een datum. | Het resultaat klopt: het is het seriële getal van de datum. Geef de cel een datumnotatie. |
| Een product van 8 geeft toch 7 | INTEGER((0,1 + 0,7) * 10) kan 7 geven, terwijl de berekening precies 8 lijkt. | Decimale breuken worden binair opgeslagen, en dat product kan als 7,999999999999999 worden bewaard. INTEGER kent geen tolerantie. Rond de invoer eerst af: INTEGER(AFRONDEN((0,1 + 0,7) * 10; 10)). |
| #WAARDE! op één rij met tijdstempels | INTEGER op een kolom met tijdstempels waarin een import tekst heeft achtergelaten die Excel niet als datum of tijd kan lezen, zoals n.v.t., geeft #WAARDE! voor die rij. | Vervang of corrigeer zulke waarden eerst, zet tekst die wel op een datum-tijdwaarde lijkt om met Gegevens, Tekst naar kolommen, of WAARDE, en pas daarna INTEGER toe. |