Beschikbaar in:Alle versies (Werkt in Excel 2007, elke latere versie, Microsoft 365 en Excel voor het web)Voorbeelden vragen Excel 2024 of nieuwerCategorie:Tekst

GELIJK

EXACT in Engelstalige Excel

Legt twee teksten teken voor teken naast elkaar, hoofdletters inbegrepen, en geeft alleen WAAR als ze precies gelijk zijn.

Moeilijkheidsgraad 1 van 5. Twee argumenten en WAAR of ONWAAR als antwoord; het enige wat je moet weten, is dat GELIJK op hoofdletters let, en = en bijna alle andere vergelijkingen in Excel niet.

Laatst bijgewerkt: 13 oktober 2026

Bekijk de uitgewerkte voorbeelden

Fragment van het werkblad: in C3 staat de formule
RijABC
1Factuurnummer in auditfileFactuurnummer in specificatieIdentiek
2VRK25-0412aVRK25-0412a
3VRK25-0413bVRK25-0413BONWAAR=GELIJK(A3, B3)=GELIJK(A3; B3)
4VRK25-0414VRK25-0414
5INK25-0877aINK25-0877A
6INK25-0878INK25-0878
Formulecel (C3)Invoer

Resultaat: ONWAAR

=GELIJK(A3, B3)
=GELIJK(A3; B3)

Wat GELIJK doet en wanneer je het gebruikt

Wat het doet: het controleert of twee teksten teken voor teken gelijk zijn en geeft WAAR of ONWAAR, bijvoorbeeld of een overgetypt factuurnummer klopt met het grootboek.

Wanneer je het gebruikt: als hoofdletters en kleine letters ertoe doen, zoals bij codes, tokens en exports die je teken voor teken vergelijkt. Anders dan de operator = ziet GELIJK Bakker en bakker als verschillend. Maakt hoofdlettergebruik niet uit, dan is = korter.

Hoe Excel de functie berekent

Excel leest beide argumenten:

  • een getal wordt eerst tekst, zodat 12 en "12" als gelijk gelden
  • de twee teksten worden van links af teken voor teken vergeleken: zijn ze niet even lang, of staat er ergens een ander teken, dan is de uitkomst ONWAAR; alleen als elke positie klopt, tot en met de hoofdletters, is de uitkomst WAAR
  • opmaak speelt nooit mee, want GELIJK kijkt naar de opgeslagen waarde en niet naar hoe de cel die toont
  • bij twee even grote bereiken vergelijkt GELIJK ze positie voor positie en levert het een matrix van WAAR en ONWAAR

Let op: Alleen hoofdletters maken het verschil tussen GELIJK en =: een spatie aan het eind of een ander accent levert bij allebei ONWAAR op.

Denkmodel

Twee afdrukken die je over elkaar tegen het licht houdt: wijkt één letter ook maar een beetje af, dan vallen ze niet meer samen.

Begrippen op deze pagina: operator, matrix, argument, bereik, cel

GELIJK(tekst1, tekst2)
GELIJK(tekst1; tekst2)
Argumenten
ArgumentSoortBetekenis
tekst1VerplichtDe eerste tekst; een celverwijzing of tekst tussen aanhalingstekens.
tekst2VerplichtDe tweede tekst, die met de eerste wordt vergeleken.

Geeft terug:WAAR als beide teksten exact gelijk zijn, inclusief hoofdletters, anders ONWAAR

Formules gebruiken komma's (,) tussen de argumenten, zoals in de Engelse Excel. Formules gebruiken puntkomma's (;) tussen de argumenten, zoals in de Nederlandse Excel. Formules gebruiken puntkomma's (;) tussen de argumenten, zoals in de Nederlandse Excel; de Engelse Excel gebruikt komma's (,).

Uitgewerkte voorbeelden

Beginner

Een overgetypt factuurnummer controleren tegen het grootboek

Veldhuis Installatie BV geeft zijn facturen een lettersuffix: VRK25-0413b is het origineel, VRK25-0413B een heruitgegeven versie. Sanne de Vries heeft de factuurnummers uit de specificatie debiteuren naast de nummers uit de auditfile overgetypt, en je wilt per regel zien of die precies overeenkomen. Met = zou elke regel goed lijken.

Fragment van het werkblad: in C3 staat de formule
RijABCD
1Factuurnummer in auditfileFactuurnummer in specificatieIdentiek
2VRK25-0412aVRK25-0412a
3VRK25-0413bVRK25-0413BONWAAR=GELIJK(A3, B3)=GELIJK(A3; B3)
4VRK25-0414VRK25-0414
5INK25-0877aINK25-0877A
6INK25-0878INK25-0878
7
Formulecel (C3)Invoer

Formule in C3

=GELIJK(A3, B3)
=GELIJK(A3; B3)

Resultaat: ONWAAR

Stap voor stap
  1. In A3 staat VRK25-0413b en in B3 VRK25-0413B. Allebei tekst van 11 tekens, dus er hoeft niets te worden omgezet.
  2. Excel loopt de posities één voor één langs: V, R, K, 2, 5, koppelteken, 0, 4, 1 en 3 zijn in beide hetzelfde. Tot nu toe tien keer gelijk.
  3. Positie 11: b in A3 tegenover B in B3. Dezelfde letter, maar de ene klein en de andere groot, en voor GELIJK is dat een verschil. De uitkomst is ONWAAR.
  4. C3 toont ONWAAR. Zet =A3=B3 in een lege cel en je krijgt voor hetzelfde paar WAAR: de operator = kijkt niet naar hoofdletters.
  5. Kopieer C3 naar C2:C6. Rij 2, 4 en 6 geven WAAR; rij 5 geeft ONWAAR om dezelfde reden als rij 3 (a tegenover A). Twee factuurnummers gaan dus terug naar de cliënt ter opvolging.

Let op: Staat er achter een factuurnummer een spatie, dan is de uitkomst ook ONWAAR, maar om een andere reden. Verrast een ONWAAR je, vergelijk dan eerst LENGTE van beide cellen voordat je de hoofdletters de schuld geeft.

Meer over dit voorbeeld: waarom het werkt, 1 variant

Waarom het werkt

GELIJK vergelijkt de opgeslagen tekens en ziet b en B als twee verschillende tekens, en precies dat heb je nodig bij dit nummeringsschema als je facturen tussen het subgrootboek en het grootboek afstemt. Alle andere vergelijkingen in Excel trekken hoofdletters en kleine letters eerst gelijk, dus dit is de enige test met twee argumenten die de twee versies uit elkaar houdt.

Varianten

=ALS(GELIJK(A3, B3), "Akkoord", "Opvolgen")
=ALS(GELIJK(A3; B3); "Akkoord"; "Opvolgen")

Leesbare woorden in plaats van WAAR en ONWAAR, voor een kolom die de rest van het auditteam gaat doorlopen.

Halfgevorderd

Relatiecodes afstemmen zonder over spaties te struikelen

Je stemt de relatiecodes in de ouderdomsanalyse debiteuren en crediteuren af op de codes in de auditfile. Een verschil in hoofdletters, zoals d1002 in plaats van D1002, wijst op een handmatige correctie en dat wil je zien.

Een spatie aan het eind is ruis uit de export en geen vraag aan de cliënt waard. Je haalt beide kanten door SPATIES.WISSEN en laat GELIJK beoordelen wat er overblijft, zodat je alleen de verschillen ziet die ertoe doen.

Fragment van het werkblad: in D2 staat de formule
RijABCDE
1BoekstukRelatie in ouderdomsanalyseRelatie in auditfileGelijk
225-0501D1001D1001WAAR=GELIJK(SPATIES.WISSEN(B2), SPATIES.WISSEN(C2))=GELIJK(SPATIES.WISSEN(B2); SPATIES.WISSEN(C2))
325-0502D1002d1002
425-0503C2001C2001
525-0504D1003d1003
625-0505C2002C2002
7
Formulecel (D2)InvoerTekens: extra spatieOpmerking: C2 en C5 eindigen met een spatie; de export van de auditfile vult sommige velden op.

Formule in D2

=GELIJK(SPATIES.WISSEN(B2), SPATIES.WISSEN(C2))
=GELIJK(SPATIES.WISSEN(B2); SPATIES.WISSEN(C2))

Resultaat: WAAR

Stap voor stap
  1. Excel rekent eerst de twee keer SPATIES.WISSEN uit. SPATIES.WISSEN(B2) is D1001, 5 tekens, ongewijzigd. SPATIES.WISSEN(C2) krijgt D1001 met een spatie erachter, 6 tekens, en haalt die spatie weg: D1001, 5 tekens.
  2. GELIJK legt de twee opgeschoonde teksten positie voor positie naast elkaar. Alle vijf de tekens komen overeen, ook in hoofdletters. D2 toont WAAR.
  3. Zonder SPATIES.WISSEN zou GELIJK(B2; C2) 5 tekens tegen 6 zetten en ONWAAR geven: een verschil dat niemand hoeft toe te lichten.
  4. Kopieer D2 omlaag. Rij 3: D1002 tegenover d1002, na SPATIES.WISSEN allebei 5 tekens, maar op positie 1 staat D tegenover d, dus ONWAAR. Dit is een echt verschil om aan de cliënt voor te leggen.
  5. Rij 5: D1003 tegenover d1003 met een spatie erachter. SPATIES.WISSEN haalt de spatie weg, maar de eerste letter verschilt nog in hoofdletter, dus ONWAAR. Rij 4 en 6 geven WAAR.

Let op: Een vaste spatie in een van de velden blijft na SPATIES.WISSEN staan, en GELIJK geeft dan ONWAAR. Snap je een ONWAAR niet, vervang dan aan beide kanten TEKEN(160) door een normale spatie.

Meer over dit voorbeeld: waarom het werkt, nog 1 valkuil, 1 variant

Waarom het werkt

De twee functies verdelen het werk: SPATIES.WISSEN haalt het soort verschil weg dat jij als ruis beschouwt, en GELIJK meldt elk verschil dat daarna nog over is. Omdat beide kanten dezelfde schoonmaakstap krijgen, is de vergelijking symmetrisch: het maakt niet uit in welk bestand de extra spaties zaten.

Meer om op te letten

  • SPATIES.WISSEN maakt van meerdere spaties binnen een tekst ook één spatie, dus D 1001 en D 1001 zijn na het opschonen gelijk. Meestal wil je dat, maar het verbergt dat verschil.

Varianten

=SPATIES.WISSEN(B2) = SPATIES.WISSEN(C2)
=SPATIES.WISSEN(B2) = SPATIES.WISSEN(C2)

De versie die hoofdletters negeert: hier WAAR voor alle vijf rijen, want rij 3 en 5 verschillen alleen in hoofdletters. Gebruik deze als hoofdletters voor jou ook ruis zijn.

Gevorderd

Handmatige MEM-boekingen hoofdlettergevoelig tellen

Voor de journaalpostenselectie wil je weten hoeveel handmatige regels er in dagboek MEM staan. Deze cliënt heeft ook een dagboek mem voor de automatische afschrijvingsrun, en een exportvariant Mem. AANTAL.ALS(A2:A8; "MEM") geeft 5, omdat het hoofdletters gelijktrekt en alle drie de schrijfwijzen telt. GELIJK binnen SOMPRODUCT telt alleen het handmatige dagboek MEM.

Fragment van het werkblad: in F2 staat de formule
RijABCDEFG
1DagboekBoekstukBedragDagboekRegels
2MEM25-1101€4,500.00€ 4.500,00MEM33=SOMPRODUCT(--GELIJK(A2:A8, E2))=SOMPRODUCT(--GELIJK(A2:A8; E2))
3mem25-1102€1,200.00€ 1.200,00
4MEM25-1103€12,000.00€ 12.000,00
5INK25-1104€850.00€ 850,00
6Mem25-1105€300.00€ 300,00
7MEM25-1106€2,500.00€ 2.500,00
8VRK25-1107€7,200.00€ 7.200,00
9
Formulecel (F2)Invoer

Formule in F2

=SOMPRODUCT(--GELIJK(A2:A8, E2))
=SOMPRODUCT(--GELIJK(A2:A8; E2))

Resultaat: 33

Stap voor stap
  1. Excel rekent GELIJK uit met een bereik als tekst1 en één cel als tekst2. Elk van de zeven cellen wordt dus vergeleken met E2, MEM, en de uitkomst is een matrix met zeven resultaten.
  2. Excel vergelijkt elke cel met MEM:

    • A2 MEM: WAAR
    • A3 mem: op positie 1 staat m tegenover M, ONWAAR
    • A4 MEM: WAAR
    • A5 INK: I tegenover M, ONWAAR
    • A6 Mem: op positie 2 staat e tegenover E, ONWAAR
    • A7 MEM: WAAR
    • A8 VRK: V tegenover M, ONWAAR

    De matrix is {WAAR;ONWAAR;WAAR;ONWAAR;ONWAAR;WAAR;ONWAAR}.

  3. Het dubbele minteken maakt van WAAR 1 en van ONWAAR 0: {1;0;1;0;0;1;0}. SOMPRODUCT kan WAAR en ONWAAR niet zelf optellen, en daarom is deze stap nodig.
  4. SOMPRODUCT telt de matrix op: 1 + 0 + 1 + 0 + 0 + 1 + 0 = 3. F2 toont 3 handmatige MEM-regels.
  5. =AANTAL.ALS(A2:A8; E2) in een lege cel geeft 5: de drie regels MEM, de regel mem en de regel Mem, allemaal als dezelfde code geteld. Dat is precies de telling die je niet wilde.
  6. Zet E2 op mem en F2 wordt 1. Zet het op Mem en F2 wordt ook 1.

Let op: Laat je het dubbele minteken weg, dan geeft SOMPRODUCT 0 en geen foutwaarde: een losse matrix van logische waarden telt op tot niets. De formule ziet er goed uit, maar de telling klopt niet en niets waarschuwt je.

Meer over dit voorbeeld: waarom het werkt, nog 1 valkuil, 2 varianten

Waarom het werkt

AANTAL.ALS, AANTALLEN.ALS en SOMMEN.ALS trekken hoofdletters en kleine letters gelijk voordat ze vergelijken, en dat kun je nergens uitzetten. GELIJK is de enige vergelijking die het verschil wel ziet, en met een bereik levert het per cel één WAAR of ONWAAR. Zodra die logische waarden getallen zijn geworden, doet SOMPRODUCT wat AANTAL.ALS anders had gedaan: de overeenkomsten optellen.

Meer om op te letten

  • In Excel 2019 en ouder werkt dit binnen SOMPRODUCT zonder Ctrl+Shift+Enter, maar dezelfde GELIJK(A2:A8; E2) los in een cel toont alleen de vergelijking voor de eigen rij (impliciete doorsnede). Laat het dus binnen SOMPRODUCT staan, of gebruik SOM met Ctrl+Shift+Enter.

Varianten

=SOMPRODUCT(--GELIJK(A2:A8, E2), C2:C8)
=SOMPRODUCT(--GELIJK(A2:A8; E2); C2:C8)

De hoofdlettergevoelige versie van SOMMEN.ALS: elke overeenkomst wordt vermenigvuldigd met het bedrag. Hier 4,5004.500 + 12,00012.000 + 2,5002.500 = 19,00019.000 aan handmatige MEM-boekingen.

=X.ZOEKEN(WAAR, GELIJK(A2:A8, E2), C2:C8)
=X.ZOEKEN(WAAR; GELIJK(A2:A8; E2); C2:C8)

Hoofdlettergevoelig opzoeken: levert het bedrag van de eerste exacte overeenkomst, 4,5004.500. X.ZOEKEN zoekt de waarde WAAR in de matrix die GELIJK heeft opgeleverd.

ExpertExcel 2024 of nieuwer (Dit voorbeeld vereist Excel 2024 of nieuwer)

Exacte dubbele factuurnummers opsporen met BYROW en FILTER

In de crediteurenlijst van leverancier C2001 zoek je dubbele factuurnummers als signaal voor dubbele betalingen. Deze leverancier geeft F25-318a en F25-318A uit als twee afzonderlijke facturen, dus alleen een identieke schrijfwijze telt als dubbel.

Duplicaten verwijderen en UNIEK trekken hoofdletters allebei gelijk en zouden die twee ten onrechte samenvoegen. Je wilt de factuurnummers die in exact dezelfde schrijfwijze vaker dan één keer voorkomen, elk één keer genoemd, als overlopend rapport dat meeverandert met de lijst.

Fragment van het werkblad: in D2 staat de formule
RijABCDE
1FactuurnummerBoekdatumDubbele factuurnummers
2F25-318a28-11-2025F25-318a=LET( facturen, A2:A8, treffers, BYROW(facturen, LAMBDA(factuur, SOMPRODUCT(--GELIJK(facturen, factuur)))), eerstePlek, BYROW(facturen, LAMBDA(factuur, X.VERGELIJKEN(WAAR, GELIJK(facturen, factuur)))), isEerste, eerstePlek = REEKS(RIJEN(facturen)), FILTER(facturen, (treffers > 1) * isEerste) )=LET( facturen; A2:A8; treffers; BYROW(facturen; LAMBDA(factuur; SOMPRODUCT(--GELIJK(facturen; factuur)))); eerstePlek; BYROW(facturen; LAMBDA(factuur; X.VERGELIJKEN(WAAR; GELIJK(facturen; factuur)))); isEerste; eerstePlek = REEKS(RIJEN(facturen)); FILTER(facturen; (treffers > 1) * isEerste) )
3F25-318A28-11-2025F25-318A
4KV-221702-12-2025KV-2217
5F25-318a05-12-2025
6kv-221705-12-2025
7KV-221712-12-2025
8F25-318A19-12-2025
9
Formulecel (D2)InvoerOverloopresultaat

Formule in D2

=LET(
  facturen, A2:A8,
  treffers, BYROW(facturen, LAMBDA(factuur, SOMPRODUCT(--GELIJK(facturen, factuur)))),
  eerstePlek, BYROW(facturen, LAMBDA(factuur, X.VERGELIJKEN(WAAR, GELIJK(facturen, factuur)))),
  isEerste, eerstePlek = REEKS(RIJEN(facturen)),
  FILTER(facturen, (treffers > 1) * isEerste)
)
=LET(
  facturen; A2:A8;
  treffers; BYROW(facturen; LAMBDA(factuur; SOMPRODUCT(--GELIJK(facturen; factuur))));
  eerstePlek; BYROW(facturen; LAMBDA(factuur; X.VERGELIJKEN(WAAR; GELIJK(facturen; factuur))));
  isEerste; eerstePlek = REEKS(RIJEN(facturen));
  FILTER(facturen; (treffers > 1) * isEerste)
)

Resultaat: F25-318a / F25-318A / KV-2217F25-318a / F25-318A / KV-2217

Stap voor stap
  1. facturen is A2:A8, zeven waarden. treffers voert per rij een LAMBDA uit: voor elk factuurnummer factuur vergelijkt GELIJK(facturen; factuur) alle zeven hoofdlettergevoelig met factuur, en SOMPRODUCT met het dubbele minteken telt hoe vaak dat WAAR is.

    Voor rij 1, F25-318a, zijn alleen A2 en A5 exact gelijk; F25-318A in A3 en A8 heeft andere hoofdletters en telt niet mee. treffers is {2;2;2;2;1;2;2}; de 1 hoort bij kv-2217 in rij 5.

  2. eerstePlek voert per rij een tweede LAMBDA uit: X.VERGELIJKEN zoekt de waarde WAAR in GELIJK(facturen; factuur) en levert de positie van de eerste exacte overeenkomst. Voor F25-318a is dat 1, voor F25-318A 2, voor KV-2217 3. eerstePlek is {1;2;3;1;5;3;2}.
  3. isEerste vergelijkt eerstePlek met REEKS(7), en dat is {1;2;3;4;5;6;7}. Een rij is de eerste van zijn soort als zijn eigen positie gelijk is aan de positie van de eerste overeenkomst: {WAAR;WAAR;WAAR;ONWAAR;WAAR;ONWAAR;ONWAAR}.
  4. FILTER houdt de rijen over waar beide voorwaarden kloppen. (treffers > 1) maal isEerste geeft {1;1;1;0;0;0;0}: rij 5 valt af op treffers, rij 4, 6 en 7 op isEerste.
  5. Het rapport loopt over naar D2:D4 met F25-318a, F25-318A en KV-2217: drie verschillende schrijfwijzen die elk vaker dan één keer voorkomen. kv-2217 staat er niet in, want precies die schrijfwijze in kleine letters komt maar één keer voor, ook al staat KV-2217 er twee keer.
  6. Maak van A8 G25-007 en treffers voor rij 2 wordt 1: F25-318A komt nu nog maar één keer voor, valt af, en het rapport krimpt tot F25-318a en KV-2217.

Let op: Het kortere alternatief, UNIEK(FILTER(facturen; treffers > 1)) in plaats van de test met isEerste, is korter maar fout: UNIEK voegt F25-318a en F25-318A samen, en het rapport toont twee factuurnummers waar het er drie moeten zijn. Er verschijnt geen foutwaarde.

Meer over dit voorbeeld: waarom het werkt, nog 2 valkuilen, 2 varianten

Waarom het werkt

Elke stap die normaal hoofdletters gelijktrekt, is vervangen door een stap met GELIJK: de telling gebruikt GELIJK in SOMPRODUCT in plaats van AANTAL.ALS, en de test op het eerste voorkomen gebruikt X.VERGELIJKEN op een matrix van GELIJK in plaats van UNIEK. BYROW doet dat per factuurnummer, zonder hulpkolom, en LET geeft de twee tussenmatrices een naam, zodat de voorwaarde in FILTER leest als de regel die hij uitvoert. Voor hoofdlettergevoelig tellen of het eerste voorkomen vinden ben je op GELIJK aangewezen: geen enkele tel- of uniekfunctie heeft daar een instelling voor.

Op tienduizenden rijen is deze opbouw niet geschikt: elk factuurnummer wordt met elk ander vergeleken, de rekentijd groeit met het kwadraat van de lijst, en 20,00020.000 factuurregels betekent 400 miljoen vergelijkingen per herberekening.

Op die schaal kun je beter een hulpkolom met =SOMPRODUCT(--GELIJK(A$2:A$20001; A2)) omlaag kopiëren; die is nog steeds kwadratisch, maar rekent één keer en kun je als waarden plakken. Of je gebruikt Power Query: daar is Groeperen op standaard hoofdlettergevoelig, maar je moet wel vernieuwen.

Meer om op te letten

  • Met VERGELIJKEN in plaats van X.VERGELIJKEN krijg je dezelfde posities, maar de standaardwaarde 1 voor criteriumtype_getal gaat uit van gesorteerde gegevens; geef VERGELIJKEN dus altijd 0 mee. X.VERGELIJKEN zoekt standaard al exact.
  • D2:D4 moet leeg zijn, anders toont het rapport #OVERLOPEN!. Zijn er helemaal geen dubbelen, dan geeft FILTER #BEREKENEN!; moet het rapport altijd iets laten zien, geef FILTER dan een argument als_leeg mee.

Varianten

=SOMPRODUCT(--GELIJK(A$2:A$8, A2))
=SOMPRODUCT(--GELIJK(A$2:A$8; A2))

De versie met een hulpkolom, omlaag gekopieerd naast de factuurnummers: 2 voor elke dubbele rij, 1 voor kv-2217. Werkt in Excel 2019, dat geen BYROW en geen LET kent.

=FILTER(A2:A8, BYROW(A2:A8, LAMBDA(factuur, SOMPRODUCT(--GELIJK(A2:A8, factuur)))) > 1, "Geen dubbelen")
=FILTER(A2:A8; BYROW(A2:A8; LAMBDA(factuur; SOMPRODUCT(--GELIJK(A2:A8; factuur)))) > 1; "Geen dubbelen")

Zonder LET en zonder de test op het eerste voorkomen: elke dubbele rij staat erin zo vaak als hij voorkomt, en een schone lijst geeft een melding in plaats van #BEREKENEN!.

Veelgemaakte fouten

Veelgemaakte fouten
SymptoomOorzaakOplossing
WAAR bij abc en ABCJe controleerde met =A2=B2 of twee codes identiek zijn, en bij abc en ABC krijg je WAAR.= let niet op hoofdletters. Maakt het verschil tussen abc en ABC uit, gebruik dan GELIJK(A2; B2).
ONWAAR bij cellen die er gelijk uitzienGELIJK geeft ONWAAR voor twee cellen die er op het scherm precies hetzelfde uitzien.Er zit een onzichtbaar verschil in: een spatie aan het eind, een vaste spatie, een gekrulde in plaats van een rechte apostrof. Vergelijk eerst LENGTE van beide en kijk dan met CODE naar het laatste teken.
#N/B of een verkeerde rij in X.ZOEKENJe zette een zoeksleutel in GELIJK in de hoop dat X.ZOEKEN dan hoofdlettergevoelig zou worden, en kreeg #N/B of een verkeerde rij.GELIJK levert WAAR of ONWAAR, geen waarde om op te zoeken. Zoek daarom naar WAAR: X.ZOEKEN(WAAR; GELIJK(A2:A50; E2); B2:B50). In het voorbeeld op niveau Gevorderd zie je hoe dat werkt.