LENGTE
LEN in Engelstalige Excel
Telt alle tekens in een tekst, ook spaties, leestekens en tekens die je op het scherm niet ziet.
Laatst bijgewerkt: 13 oktober 2026
| Rij | A | B | C |
|---|---|---|---|
| 1 | Boekstuk | Dagboek | Lengte |
| 2 | 25-0412 | VRK | 77=LENGTE(A2)=LENGTE(A2) |
| 3 | 25-041 | MEM | |
| 4 | 25-0414 | INK | |
| 5 | 25-0415 | BNK |
Veeg opzij om alle kolommen te zien
Resultaat: 7
=LENGTE(A2)
=LENGTE(A2)
Wat LENGTE doet en wanneer je het gebruikt
Wat het doet: het telt de tekens in een tekst, spaties en onzichtbare tekens inbegrepen, bijvoorbeeld om te controleren of een boekingsnummer zes tekens heeft.
Wanneer je het gebruikt: als een zoekopdracht mislukt op een waarde die er hetzelfde uitziet (een verborgen spatie), als je codes met een vaste lengte controleert, zoals barcodes, of als LINKS, RECHTS of DEEL een lengte nodig hebben. Wil je foute lengtes bij het intypen voorkomen, dan werkt Gegevensvalidatie met een regel voor tekstlengte beter.
Hoe Excel de functie berekent
Excel leest de tekst. Staat er een getal of datum, dan maakt Excel daar eerst tekst van zoals de waarde is opgeslagen. Daarna telt Excel elk teken, van het eerste tot het laatste, en levert dat aantal als getal.
Let op: LENGTE leest de opgeslagen waarde, niet wat de cel laat zien: 417 met een opmaak die 000417 laat zien, wordt gelezen als 417. Hoe de cel is opgemaakt, maakt voor de uitkomst niets uit.
Denkmodel
Een meetlint dat je langs de opgeslagen waarde legt, niet langs wat het scherm laat zien: de tussenruimtes meet het net zo goed mee als de letters.
LENGTE(tekst)
LENGTE(tekst)
| Argument | Soort | Betekenis |
|---|---|---|
tekst | Verplicht | De tekst waarvan je de tekens wilt tellen. |
Geeft terug:Een getal: het aantal tekens in de tekst
Formules gebruiken komma's (,) tussen de argumenten, zoals in de Engelse Excel. Formules gebruiken puntkomma's (;) tussen de argumenten, zoals in de Nederlandse Excel. Formules gebruiken puntkomma's (;) tussen de argumenten, zoals in de Nederlandse Excel; de Engelse Excel gebruikt komma's (,).
Uitgewerkte voorbeelden
Beginner
Controleren of boekstuknummers de juiste lengte hebben
Je test journaalposten uit de XAF-auditfile van Veldhuis Installatie BV. Elk boekstuknummer volgt het patroon 25-0412: twee cijfers voor het jaar, een streepje en vier cijfers, dus 7 tekens.
Handmatige boekingen zijn met de hand ingetypt, en één nummer is vermoedelijk onvolledig. Je zet er een kolom naast die per boekstuknummer de tekens telt.
| Rij | A | B | C | D |
|---|---|---|---|---|
| 1 | Boekstuk | Dagboek | Lengte | |
| 2 | 25-0412 | VRK | 77=LENGTE(A2)=LENGTE(A2) | |
| 3 | 25-041 | MEM | ||
| 4 | 25-0414 | INK | ||
| 5 | 25-0415 | BNK | ||
| 6 |
Veeg opzij om alle kolommen te zien
Formule in C2
=LENGTE(A2)
=LENGTE(A2)
Resultaat: 77
Stap voor stap
- In
A2staat het boekstuknummer25-0412. - Excel telt de tekens één voor één: 2, 5, streepje, 0, 4, 1, 2. Dat is 2 + 1 + 4 = 7.
- LENGTE levert het getal 7, en dat staat in
C2. Dit boekstuknummer heeft dus de juiste lengte. - Kopieer
C2omlaag tot en metC5.C3toont 6: in25-041ontbreekt een cijfer, en dat is de handmatige boeking (MEM) waar je bij de cliënt naar vraagt.C4enC5tonen 7. - Verbeter
A3in25-0413enC3springt meteen naar 7: de lengte wordt steeds opnieuw uit de cel berekend, niet ergens bewaard.
Let op: Een goed nummer met een spatie erachter geeft 8, en een nummer waarin een cijfer ontbreekt maar met een spatie erachter geeft 7 en komt dus door de controle. Zijn de nummers met de hand ingetypt, meet dan LENGTE(SPATIES.WISSEN(A2)).
Meer over dit voorbeeld: waarom het werkt, 1 variant
Waarom het werkt
Een geldig boekstuknummer begint bij de juiste lengte, en LENGTE maakt van een code die je met het oog moeilijk meet één getal dat je in een kolom met duizenden journaalregels snel naloopt. Omdat de nummers als tekst zijn opgeslagen, telt elk teken mee, ook het streepje.
Varianten
=LENGTE(A2) = 7
=LENGTE(A2) = 7
Levert meteen WAAR of ONWAAR op, handig voor een filter of voorwaardelijke opmaak.
Halfgevorderd
Factuurnummers met spaties aan het eind markeren
Je legt de factuurnummers van de ouderdomsanalyse debiteuren naast het grootboek, en een aantal zoekopdrachten geeft #N/B voor factuurnummers die je in beide lijsten ziet staan. Je vermoedt spaties aan het eind in de export van de cliënt. Voordat je iets opschoont, wil je een kolom die laat zien om welke rijen het gaat, zodat je dat aan de cliënt kunt doorgeven.
| Rij | A | B | C | D |
|---|---|---|---|---|
| 1 | Factuurnummer | Relatie | Extra spaties? | |
| 2 | F-25-0871 | D1001 | ||
| 3 | F-25-0872 | D1002 | WAARWAAR=LENGTE(A3) <> LENGTE(SPATIES.WISSEN(A3))=LENGTE(A3) <> LENGTE(SPATIES.WISSEN(A3)) | |
| 4 | F-25-0873 | D1003 | ||
| 5 | F-25-0874 | D1004 | ||
| 6 |
Veeg opzij om alle kolommen te zien
Formule in C3
=LENGTE(A3) <> LENGTE(SPATIES.WISSEN(A3))
=LENGTE(A3) <> LENGTE(SPATIES.WISSEN(A3))
Resultaat: WAAR
Stap voor stap
- Excel rekent eerst de linkerkant uit: LENGTE(A3).
A3isF-25-0872met een spatie erachter: F, streepje, 2, 5, streepje, 0, 8, 7, 2 zijn 9 tekens, plus de spatie maakt 10. - Dan de rechterkant, van binnen naar buiten. SPATIES.WISSEN(A3) haalt de spatie aan het eind weg en levert
F-25-0872. Daarvan is LENGTE 9. - Dan de vergelijking: 10 <> 9 is WAAR.
C3toont WAAR: in deze rij zit een spatie die SPATIES.WISSEN zou weghalen, en daardoor mislukt de koppeling. - In
C2geeftF-25-0871aan beide kanten 9, en 9 <> 9 is ONWAAR.C5geeft 11 <> 9, dus WAAR.C4is ONWAAR. - Met alleen LENGTE zou
C310 tonen, en daar heb je pas iets aan als je weet dat de nummers 9 tekens horen te zijn. De vergelijking met SPATIES.WISSEN werkt bij nummers van elke lengte, want de tekst wordt gemeten tegen zijn eigen opgeschoonde versie.
Let op: Een vaste spatie aan het eind laat SPATIES.WISSEN staan. Beide lengtes zijn dan gelijk, de rij toont ONWAAR, en toch mislukt de zoekopdracht. Mislukt een zoekopdracht op een rij met ONWAAR, test dan op TEKEN(160).
Meer over dit voorbeeld: waarom het werkt, nog 1 valkuil, 1 variant
Waarom het werkt
SPATIES.WISSEN haalt alleen spaties weg die er niet horen, dus het verschil in lengte tussen een tekst en zijn opgeschoonde versie is precies het aantal overbodige spaties. LENGTE maakt dat onzichtbare verschil zichtbaar als getal, en de vergelijking maakt van dat getal een vlag waarop je kunt filteren.
Meer om op te letten
- De test slaat ook aan op dubbele spaties midden in een tekst. Bij factuurnummers wil je dat ook; bij vrije tekst zoals omschrijvingen kan hij rijen markeren waar geen enkele zoekopdracht last van heeft.
Varianten
=LENGTE(A3) - LENGTE(SPATIES.WISSEN(A3))
=LENGTE(A3) - LENGTE(SPATIES.WISSEN(A3))
Levert het aantal overbodige spaties op in plaats van WAAR of ONWAAR: 1 voor A3, 2 voor A5.
Gevorderd
De facturen in één bankregel tellen
In de export van het bankafschrift zet de bank de factuurnummers die met een betaling zijn voldaan in één cel, gescheiden door puntkomma's. Om de bankregels met de subadministratie te vergelijken, wil je weten op hoeveel facturen elke regel betrekking heeft. Sommige regels hebben geen factuurverwijzing; die cellen zijn leeg.
| Rij | A | B | C | D |
|---|---|---|---|---|
| 1 | Bankregel | Facturen | Aantal facturen | |
| 2 | BNK-0101 | 25-1101;25-1102;25-1110 | 33=ALS(B2 = "", 0, LENGTE(B2) - LENGTE(SUBSTITUEREN(B2, ";", "")) + 1)=ALS(B2 = ""; 0; LENGTE(B2) - LENGTE(SUBSTITUEREN(B2; ";"; "")) + 1) | |
| 3 | BNK-0102 | 25-1120 | ||
| 4 | BNK-0103 | |||
| 5 | BNK-0104 | 25-1130;25-1131; | ||
| 6 |
Veeg opzij om alle kolommen te zien
Formule in C2
=ALS(B2 = "",0, LENGTE(B2) - LENGTE(SUBSTITUEREN(B2, ";", "")) + 1)
=ALS(B2 = "";0; LENGTE(B2) - LENGTE(SUBSTITUEREN(B2; ";"; "")) + 1)
Resultaat: 33
Stap voor stap
- Eerst de test:
B2= "". InB2staan drie factuurnummers, dus de test is ONWAAR en ALS gaat naar het derde argument. - LENGTE(B2) telt 25-1101;25-1102;25-1110: drie factuurnummers van 7 tekens en twee puntkomma's. 3 × 7 + 2 = 23.
- SUBSTITUEREN(B2; ";"; "") haalt alle puntkomma's weg: 25-110125-110225-1110. Daarvan is LENGTE 21.
- Het verschil is het aantal puntkomma's: 23 - 21 = 2. Er is altijd één item meer dan er scheidingstekens zijn, dus 2 + 1 = 3. Dat staat in
C2. - In
C3bevat25-1120geen puntkomma: 7 - 7 + 1 = 1. InC4isB4leeg, de test is WAAR en ALS levert 0. Zonder die test had de lege cel 0 - 0 + 1 = 1 factuur opgeleverd. - In
C5klopt de uitkomst niet, en je krijgt geen waarschuwing:25-1130;25-1131;telt 16 tekens, zonder puntkomma's 14, dus 16 - 14 + 1 = 3, terwijl er maar 2 facturen bij de bankregel horen. De puntkomma aan het eind telt mee als scheidingsteken.
Let op: Een scheidingsteken aan het eind, of twee achter elkaar, levert een spookitem op, zoals rij 5 laat zien. De uitkomst ziet eruit als een normale telling. Kan de bron zoiets opleveren, haal die tekens dan eerst weg, of tel met de variant hieronder.
Meer over dit voorbeeld: waarom het werkt, nog 2 valkuilen, 1 variant
Waarom het werkt
Excel heeft geen functie die telt hoe vaak een teken in een tekst voorkomt, maar met LENGTE kun je meten wat er verdwijnt als je dat teken weghaalt. Elk scheidingsteken van één teken dat je weghaalt, maakt de tekst precies één teken korter, dus het verschil in lengte is het aantal. De ALS vangt het enige geval af waarin 'aantal items is aantal scheidingstekens plus één' niet opgaat: een lege cel.
Meer om op te letten
- Is het scheidingsteken langer dan één teken, bijvoorbeeld een puntkomma met een spatie, deel het verschil dan door die lengte: (LENGTE(B2) - LENGTE(SUBSTITUEREN(B2; "; "; ""))) / 2 + 1.
- SUBSTITUEREN is hoofdlettergevoelig. Bij een puntkomma speelt dat niet, maar tel je op deze manier een letter, dan mis je de andere schrijfwijze (hoofdletter of kleine letter).
Varianten
=(LENGTE(B2) - LENGTE(SUBSTITUEREN(B2,"25-", ""))) / 3
=(LENGTE(B2) - LENGTE(SUBSTITUEREN(B2;"25-"; ""))) / 3
Telt de facturen aan hun voorvoegsel 25- in plaats van aan de scheidingstekens; dat voorvoegsel is drie tekens lang, vandaar de deling door 3. Levert 2 op voor B5 en 0 voor een lege cel, zonder dat je ALS nodig hebt.
ExpertExcel 2021 of nieuwer (Dit voorbeeld vereist Excel 2021 of nieuwer)
Een grootboekrekening van vier cijfers controleren, hoe die ook is opgeslagen
Je koppelt de rekeningen van de saldibalans aan de regels van de jaarrekening, en elk rekeningnummer moet precies vier cijfers hebben, met een voorloopnul voor de vaste activa (0800). In de kolom staat van alles door elkaar:
- getallen met de aangepaste opmaak
0000die de nul laat zien - tekst die met de nul is ingetypt
- één tekst met een spatie erachter
- één rekeningnummer van vijf cijfers
Een kale controle met LENGTE keurt de goede opgemaakte getallen af en laat de foute tekst door. Je bouwt daarom een controle die naar het rekeningnummer kijkt zoals het grootboek het bedoelt.
| Rij | A | B | C | D |
|---|---|---|---|---|
| 1 | Grootboekrekening | Saldo | Controle | |
| 2 | 800800 | €184,500.00€ 184.500,00 | OK=LET( ruw, A2, alsTekst, ALS(ISGETAL(ruw), TEKST(ruw, "0000"), SPATIES.WISSEN(ruw)), ALS(LENGTE(alsTekst) = 4, "OK", "Controleren") )=LET( ruw; A2; alsTekst; ALS(ISGETAL(ruw); TEKST(ruw; "0000"); SPATIES.WISSEN(ruw)); ALS(LENGTE(alsTekst) = 4; "OK"; "Controleren") ) | |
| 3 | 0810 | -€62,300.00€ -62.300,00 | ||
| 4 | 13001300 | €95,400.00€ 95.400,00 | ||
| 5 | 800 | €12,750.00€ 12.750,00 | ||
| 6 | 8000080000 | €3,200.00€ 3.200,00 | ||
| 7 |
Veeg opzij om alle kolommen te zien
Formule in C2
=LET( ruw,A2, alsTekst, ALS(ISGETAL(ruw), TEKST(ruw, "0000"), SPATIES.WISSEN(ruw)), ALS(LENGTE(alsTekst) = 4, "OK", "Controleren") )
=LET( ruw;A2; alsTekst; ALS(ISGETAL(ruw); TEKST(ruw; "0000"); SPATIES.WISSEN(ruw)); ALS(LENGTE(alsTekst) = 4; "OK"; "Controleren") )
Resultaat: OK
Stap voor stap
- ruw is
A2. De cel laat0800zien, maar bevat het getal 800. LENGTE(A2) zou op zichzelf 3 opleveren, want LENGTE kijkt naar de opgeslagen waarde. - alsTekst: ISGETAL(800) is WAAR, dus ALS kiest TEKST(ruw; "0000"). De notatiecode vult aan met nullen tot vier posities en levert de tekst
0800. - LENGTE(alsTekst) is 4. 4 = 4 is WAAR, dus de laatste ALS kiest OK. Dat staat in
C2. - In
C3is0810tekst: ISGETAL is ONWAAR, SPATIES.WISSEN laat0810ongemoeid, LENGTE is 4: OK. InC4is 1300 een getal, TEKST levert1300, LENGTE 4: OK. - In
C5staat800met een spatie erachter: tekst van 4 tekens, die een kale controle met LENGTE zou goedkeuren. Hier maakt SPATIES.WISSEN er800van, LENGTE is 3, enC5toont Controleren. Het rekeningnummer mist zijn voorloopnul. - In
C6staat het getal 80000. TEKST met0000vult alleen aan en knipt nooit cijfers weg, dus de uitkomst is80000, LENGTE 5, enC6toont Controleren.
Let op: De omgekeerde fout is =LENGTE(A2) = 4 zonder omzetting. Die keurt 0800 af (de opgeslagen 800 heeft 3 tekens) en laat 800 met een spatie door (4 tekens). Beide fouten zien eruit als redelijke uitkomsten.
Meer over dit voorbeeld: waarom het werkt, nog 2 valkuilen, 1 variant
Waarom het werkt
LENGTE meet de opgeslagen waarde, dus je moet de waarde aanleveren in de vorm waar de regel over gaat. De formule brengt beide manieren van opslaan eerst in dezelfde vorm: getallen via TEKST, met dezelfde opvulling met nullen als de celopmaak, en tekst via SPATIES.WISSEN. Pas dan zegt een lengte van 4 iets.
Wil je de invoer bewaken, gebruik dan niet deze opbouw maar Gegevensvalidatie met een aangepaste regel: die houdt foute nummers al tegen tijdens het typen, en dat is beter dan ze later opsporen. Daar staat tegenover dat validatie geplakte of geïmporteerde waarden niet controleert, en deze formule wel.
Meer om op te letten
- De controle kijkt naar de lengte, niet of elk teken een cijfer is. Een tekst als
08A0komt er dus door. Kunnen er letters tussen sluipen, voeg dan ISGETAL(--alsTekst) aan de test toe. - Een getal met decimalen, zoals 1300,5, wordt door de notatiecode 0000 afgerond tot 1301, en LENGTE keurt het goed. Kunnen er decimalen in de bron staan, controleer daar dan apart op.
Varianten
=ALS(LENGTE(ALS(ISGETAL(A2),TEKST(A2, "0000"), SPATIES.WISSEN(A2))) = 4, "OK", "Controleren")
=ALS(LENGTE(ALS(ISGETAL(A2);TEKST(A2; "0000"); SPATIES.WISSEN(A2))) = 4; "OK"; "Controleren")
Dezelfde test zonder LET, voor Excel 2019 en ouder.
Veelgemaakte fouten
| Symptoom | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Codes lijken gelijk maar LENGTE verschilt | Twee codes zien er hetzelfde uit, maar LENGTE zegt 6 en 7, en je ziet niet waar het verschil zit. | Het extra teken is onzichtbaar: meestal een spatie aan het eind, soms een vaste spatie of een regeleinde. Vergelijk LENGTE(A2) met LENGTE(SPATIES.WISSEN(A2)); blijft er een verschil over, zoek dan naar TEKEN(160). |
| 4 voor een bedrag dat als 1.250,00 staat | LENGTE van een bedrag dat als 1.250,00 in beeld staat, levert 4 op. | De opgeslagen waarde 1250 heeft 4 tekens, welke opmaak er ook bij staat. Wil je de lengte van wat je ziet, meet dan TEKST(A2; notatie). |
| Altijd 5 bij een datum | LENGTE van een datum levert altijd 5 op, hoe de datum er ook uitziet. | Een datum is een serieel getal, zoals 46295. Voor datums is LENGTE het verkeerde gereedschap; controleer met ISGETAL of er een echte datum in de cel staat. |