Beschikbaar in:Alle versies (Werkt in Excel 2007, elke latere versie, Microsoft 365 en Excel voor het web)Voorbeelden vragen Excel 2024 of nieuwerCategorie:Wiskundig

ASELECTTUSSEN

RANDBETWEEN in Engelstalige Excel

Geeft een willekeurig heel getal tussen twee grenzen, de grenzen zelf inbegrepen, en trekt een nieuw getal zodra het werkblad opnieuw berekent.

Moeilijkheidsgraad 2 van 5. De twee argumenten wijzen zichzelf; waar het om gaat, is dat de uitkomst bij elke herberekening verandert en dat je hem bewust moet vastzetten.

Laatst bijgewerkt: 13 oktober 2026

Bekijk de uitgewerkte voorbeelden

Fragment van het werkblad: in G1 staat de formule
RijABCDEFG
1BoekstukDagboekPeriodeDebetTe toetsen periode77=ASELECTTUSSEN(1, 12)=ASELECTTUSSEN(1; 12)
225-0112MEM11€1,250.00€ 1.250,00
325-0388MEM33€18,400.00€ 18.400,00
425-0701MEM66€5,000.00€ 5.000,00
525-1043MEM99€760.50€ 760,50
625-1290MEM1212€22,000.00€ 22.000,00
Formulecel (G1)Invoer

Resultaat: 7

=ASELECTTUSSEN(1, 12)
=ASELECTTUSSEN(1; 12)

Wat ASELECTTUSSEN doet en wanneer je het gebruikt

Wat het doet: het trekt willekeurig een heel getal tussen twee grenzen, beide inbegrepen, bijvoorbeeld een willekeurige periode van 1 tot en met 12 voor een journaalpostentest.

Wanneer je het gebruikt: om een werkblad met testgegevens te vullen, een dobbelsteen of loterij na te spelen of een willekeurige rij aan te wijzen voor een steekproef. Voor decimalen gebruik je ASELECT, voor een heel blok tegelijk ASELECT.MATRIX.

Hoe Excel de functie berekent

Excel leest laagst en hoogst en rekent eventuele berekeningen daarin eerst uit. Laagst wordt naar boven en hoogst naar beneden afgerond op een heel getal; daarna trekt Excel één heel getal uit die reeks, grenzen inbegrepen, met voor elke waarde dezelfde kans.

Die trekking herhaalt zich bij elke herberekening van de werkmap:

  • als je iets in een cel invoert
  • als je op F9 drukt
  • als je het bestand opent
  • als je sorteert of filtert

Elke cel met de functie trekt los van de andere, dus twee buurcellen kunnen hetzelfde getal tonen. De vorige waarde terughalen kan niet.

Let op: De uitkomst wordt niet bewaard: ASELECTTUSSEN trekt opnieuw bij elke herberekening. Wil je een trekking bewaren, kopieer de cellen dan en plak ze als waarden over zichzelf heen.

Denkmodel

Een dobbelsteen met evenveel vlakken als er getallen tussen de grenzen liggen, die opnieuw wordt gegooid zodra iemand het blad aanraakt.

Begrippen op deze pagina: werkblad, werkmap, matrix, bereik, cel

ASELECTTUSSEN(laagst, hoogst)
ASELECTTUSSEN(laagst; hoogst)
Argumenten
ArgumentSoortBetekenis
laagstVerplichtHet kleinste getal dat het resultaat mag zijn; het kan er precies op uitkomen.
hoogstVerplichtHet grootste getal dat het resultaat mag zijn; het kan er precies op uitkomen.

Geeft terug:Een willekeurig heel getal van laagst tot en met hoogst

Formules gebruiken komma's (,) tussen de argumenten, zoals in de Engelse Excel. Formules gebruiken puntkomma's (;) tussen de argumenten, zoals in de Nederlandse Excel. Formules gebruiken puntkomma's (;) tussen de argumenten, zoals in de Nederlandse Excel; de Engelse Excel gebruikt komma's (,).

Uitgewerkte voorbeelden

Beginner

Een willekeurige periode trekken voor journaalpostentest

Je test handmatige boekingen in de XAF-auditfile van Veldhuis Installatie BV en wilt beginnen met één periode die door het toeval is gekozen, niet met de periode die jij toevallig prettig vindt. De administratie kent periode 1 tot en met 12, dus je hebt één heel getal tussen 1 en 12 nodig, grenzen inbegrepen. De lijst toont enkele handmatige MEM-boekingen die je bekijkt zodra de periode is getrokken.

Fragment van het werkblad: in G1 staat de formule
RijABCDEFGH
1BoekstukDagboekPeriodeDebetTe toetsen periode77=ASELECTTUSSEN(1, 12)=ASELECTTUSSEN(1; 12)
225-0112MEM11€1,250.00€ 1.250,00
325-0388MEM33€18,400.00€ 18.400,00
425-0701MEM66€5,000.00€ 5.000,00
525-1043MEM99€760.50€ 760,50
625-1290MEM1212€22,000.00€ 22.000,00
7
Formulecel (G1)Invoer

Formule in G1

=ASELECTTUSSEN(1, 12)
=ASELECTTUSSEN(1; 12)

Resultaat: 77Willekeurig: jouw uitkomst wijkt af

Stap voor stap
  1. Excel leest laagst (1) en hoogst (12). Beide zijn al hele getallen, dus er wordt niets afgerond.
  2. Het trekt één heel getal van 1 tot en met 12: 12 mogelijke waarden, elk met kans 1 op 12. Stel dat het 7 wordt; bij jou staat er een ander getal, en dat is precies de bedoeling.
  3. Periode 7 is nu de periode die je test. Filter de kolom Periode van de auditfile op 7 en bekijk de MEM-boekingen daarin. In de lijst hierboven staat geen boeking in periode 7, maar in de volledige auditfile wel.
  4. Typ iets in een lege cel, bijvoorbeeld J1, en druk op Enter. De periode verandert: door de invoer berekent Excel opnieuw, en ASELECTTUSSEN trekt opnieuw. Druk op F9 en hij verandert weer.
  5. Accepteer je de trekking, kopieer dan G1 en plak hem als waarde over zichzelf heen, en noteer de datum in je controledossier. In de formulebalk staat nu 7 in plaats van de formule, dus de periode die je hebt getest kan niet meer ongemerkt veranderen.

Let op: Draai je de argumenten om, ASELECTTUSSEN(12; 1), dan krijg je #GETAL!. laagst mag niet groter zijn dan hoogst.

Meer over dit voorbeeld: waarom het werkt, nog 1 valkuil, 1 variant

Waarom het werkt

Elk heel getal van laagst tot en met hoogst heeft dezelfde kans, dus geen enkele periode wordt voorgetrokken en kun je de keuze verdedigen als willekeurig. Het vastzetten is nodig omdat de functie vluchtig is: niets in het werkblad onthoudt de trekking van gisteren, en een periode die je niet kunt reproduceren, bewijst niet wat je hebt getest.

Meer om op te letten

  • ASELECTTUSSEN(0; 12) kan 0 opleveren en ASELECTTUSSEN(1; 13) kan 13 opleveren. Geen van beide is een periode in de administratie, dus gebruik precies de laagste en hoogste periode die bestaan.

Varianten

=ASELECT.MATRIX(3, 1, 1, 12, WAAR)
=ASELECT.MATRIX(3; 1; 1; 12; WAAR)

Laat drie perioden overlopen met één formule, voor een test van drie perioden; het laatste argument, WAAR, vraagt om hele getallen. Dezelfde periode kan twee keer voorkomen. Werkt alleen in Excel 2021 of Microsoft 365.

Halfgevorderd

Een willekeurige verkoopfactuur kiezen voor een steekproef

Je moet uit het VRK-dagboek van Veldhuis Installatie BV één verkoopfactuur willekeurig kiezen om te controleren aan het contract en de pakbon, en wel zo dat aantoonbaar is dat het toeval was en niet 'de bovenste'. De lijst groeit elke keer dat de cliënt een nieuw uittreksel stuurt, dus de bovengrens moet meegroeien met het aantal rijen in plaats van ingetypt te worden. Het gekozen factuurnummer moet in een cel verschijnen en daarna in het controledossier worden vastgelegd.

Fragment van het werkblad: in F3 staat de formule
RijABCDEFG
1FactuurnummerRelatieBedragFacturen in lijst66
2F25-1101D1001€12,450.00€ 12.450,00Willekeurige rij
3F25-1102D1004€389.50€ 389,50Gekozen factuurF25-1104=INDEX(A2:A7, ASELECTTUSSEN(1, AANTALARG(A2:A7)))=INDEX(A2:A7; ASELECTTUSSEN(1; AANTALARG(A2:A7)))
4F25-1103D1002€21,000.00€ 21.000,00
5F25-1104D1007€7,525.25€ 7.525,25
6F25-1105D1003€6,400.00€ 6.400,00
7F25-1106D1001€31,200.00€ 31.200,00
8
Formulecel (F3)Invoer

Formule in F3

=INDEX(A2:A7, ASELECTTUSSEN(1, AANTALARG(A2:A7)))
=INDEX(A2:A7; ASELECTTUSSEN(1; AANTALARG(A2:A7)))

Resultaat: F25-1104Willekeurig: jouw uitkomst wijkt af

Stap voor stap
  1. Excel begint bij de binnenste functie. AANTALARG(A2:A7) telt de gevulde cellen in de kolom Factuurnummer: 6. Dat wordt hoogst.
  2. ASELECTTUSSEN(1; 6) trekt een heel getal van 1 tot en met 6. Stel dat het 4 is; bij jou komt er iets anders uit.
  3. INDEX(A2:A7; 4) geeft de vierde cel van A2:A7, en dat is A5: F25-1104, de factuur van 7,525.257.525,25 voor relatie D1007. Die factuur ga je controleren.
  4. Vergelijk dat met een getypte bovengrens, ASELECTTUSSEN(1; 6): komt F25-1107 met het volgende uittreksel in A8 erbij en breid je het bereik uit, dan kiest die vaste 6 de nieuwe rij nooit. AANTALARG groeit met de lijst mee. F1 laat het aantal zien voor de lezer; de formule gebruikt die cel niet.
  5. Bij elke herberekening wordt een andere factuur gekozen. Kopieer F3 daarom voordat je met het natrekken begint, plak hem als waarde in het controledossier en zet de datum erbij. Die vastgezette waarde bewijst welke factuur is gekozen.
  6. Wis je de inhoud van A7, dan zakt AANTALARG naar 5, loopt de trekking van 1 tot en met 5 en kan A7 niet meer gekozen worden.

Let op: Staat er midden in de kolom Factuurnummer een lege cel, dan telt AANTALARG 5 terwijl het bereik 6 rijen lang is, en de laatste factuur kan dan nooit worden gekozen. Houd de lijst aaneengesloten of tel met RIJEN(A2:A7).

Meer over dit voorbeeld: waarom het werkt, nog 1 valkuil, 1 variant

Waarom het werkt

ASELECTTUSSEN levert een positie op, en INDEX haalt de waarde op die op die positie staat. Samen maken ze van 'een willekeurig getal' dus 'een willekeurige factuur'. AANTALARG haalt de bovengrens uit de gegevens zelf, zodat de keuze eerlijk blijft als de lijst verandert. Bij controlewerk is vastzetten geen keuze maar een vereiste: een vluchtige selectie die je niet kunt reproduceren, is geen bewijs.

Meer om op te letten

  • Kiezen twee controleurs elk met een eigen formule 'één willekeurige factuur', dan kunnen ze op dezelfde uitkomen. Voor een steekproef van meerdere items zonder dubbele, zie het voorbeeld op niveau Expert.

Varianten

=ASELECTTUSSEN(1, AANTALARG(A2:A7))
=ASELECTTUSSEN(1; AANTALARG(A2:A7))

Toont alleen het rijnummer, in F2, en je leest de factuur zelf af; handig als je zowel het getrokken getal als de factuur wilt vastleggen.

Gevorderd

Willekeurige boekdatums en ronde bedragen rond de jaarwisseling

Je bouwt een klein testbestand om te controleren of je filters voor afgrenzing en journaalposten werken, voordat je ze op de echte auditfile loslaat.

Elke rij krijgt een boekdatum ergens tussen 15 december 2025 en 15 januari 2026, en een rond debetbedrag dat een veelvoud van 500 is: het soort bedrag dat een filter op ronde bedragen moet vinden. Per rij zijn er dus twee trekkingen: één voor de datum en één voor het aantal stappen van 500.

Fragment van het werkblad: in C2 staat de formule
RijABCDEFGH
1BoekstukDagboekBoekdatumDebetBegin venster15-12-2025
2T-001MEM03-01-202603-01-2026=ASELECTTUSSEN($G$1, $G$2)=ASELECTTUSSEN($G$1; $G$2)Einde venster15-01-2026
3T-002MEMRonde stap500500
4T-003VRK
5T-004INK
6T-005MEM
7
Formulecel (C2)Invoer

Formule in C2

=ASELECTTUSSEN($G$1, $G$2)
=ASELECTTUSSEN($G$1; $G$2)

Resultaat: 03-01-2026Willekeurig: jouw uitkomst wijkt af

Stap voor stap
  1. Een datum is in Excel een heel getal: het aantal dagen sinds 1 januari 1900. Een willekeurige datum is dus een willekeurig heel getal. G1 bevat 15 december 2025, serieel getal 46006, en G2 bevat 15 januari 2026, serieel getal 46037.
  2. ASELECTTUSSEN($G$1; $G$2) trekt een heel getal van 46006 tot en met 46037: 46037 - 46006 + 1 = 32 mogelijke waarden, één voor elke dag van het venster. Stel dat het 46025 wordt.
  3. Zolang C2 geen datumnotatie heeft, staat er 46025; daarna lees je 03-01-2026, want 46025 - 46006 = 19 dagen na 15 december (16 dagen tot 31 december, dan nog 3). Dat is een zaterdag, dus een weekendfilter moet deze rij vinden. Jouw datum is een andere, maar valt altijd in het venster.
  4. Voor het bedrag in D2 is er een tweede trekking: =ASELECTTUSSEN(1; 20) * $G$3 kiest 1 tot en met 20 stappen en vermenigvuldigt met 500. Stel dat het 7 wordt: 7 * 500 = 3,5003.500. De uitkomst is altijd 500, 1,0001.000, 1,5001.500 enzovoort tot 10,00010.000, nooit 3,4703.470.
  5. Kopieer C2:D2 omlaag tot en met rij 6. Elk van de tien cellen trekt voor zichzelf; twee boekingen kunnen dezelfde datum krijgen, en het bestand staat niet op datum gesorteerd, net als in een echt uittreksel.
  6. Zet je G2 op 31 januari 2026 (serieel getal 46053), dan groeit het venster tot 48 dagen. Zien de testgegevens er goed uit, selecteer dan C2:D6 en plak als waarden; anders verandert het bestand bij elke test van een filter.

Let op: Staat G1 of G2 als tekst in de cel (een apostrof ervoor, of een datum die Excel niet herkende), dan geeft ASELECTTUSSEN #WAARDE!. Controleer met ISGETAL(G1).

Meer over dit voorbeeld: waarom het werkt, nog 2 valkuilen, 2 varianten

Waarom het werkt

Omdat een datum een serieel getal is, trekt ASELECTTUSSEN met twee datumcellen als grenzen rechtstreeks een dag. Beide grenzen doen mee, dus zowel de eerste als de laatste dag van het venster kan voorkomen. Wil je willekeurige veelvouden, trek dan een klein getal en vermenigvuldig dat met de stapgrootte: het toeval zit in het aantal stappen, de vermenigvuldiging garandeert de eenheid. Door de absolute verwijzingen leest elke rij hetzelfde venster en dezelfde stap.

Meer om op te letten

  • ASELECTTUSSEN(500; 10000) voor het bedrag lijkt hetzelfde te doen, maar levert ongemerkt ook 3,4703.470 en andere bedragen op die niet rond zijn. Het veelvoud moet uit de vermenigvuldiging komen, niet uit de grenzen.
  • Een cel die een datum toont maar een ASELECTTUSSEN-formule bevat, is een valkuil voor wie na jou komt: sorteer je het testbestand op datum, dan wordt er opnieuw getrokken en klopt de volgorde meteen niet meer. Zet de waarden vast voordat je het bestand deelt.

Varianten

=ASELECTTUSSEN(1, 20) * $G$3
=ASELECTTUSSEN(1; 20) * $G$3

De formule voor het bedrag in D2, apart weergegeven: een willekeurig aantal stappen maal de stapgrootte.

=WERKDAG($G$1 - 1, ASELECTTUSSEN(1, NETTO.WERKDAGEN($G$1, $G$2)))
=WERKDAG($G$1 - 1; ASELECTTUSSEN(1; NETTO.WERKDAGEN($G$1; $G$2)))

Alleen willekeurige werkdagen: NETTO.WERKDAGEN telt de 24 werkdagen in het venster, ASELECTTUSSEN kiest daar een nummer uit, en WERKDAG telt zoveel werkdagen verder vanaf de dag vóór het venster. Feestdagen zoals 25 december vallen pas weg als je een lijst met vrije dagen meegeeft.

ExpertExcel 2024 of nieuwer (Dit voorbeeld vereist Excel 2024 of nieuwer)

Een debiteurensteekproef zonder dubbelen, met een vastgelegde trekking

Je moet voor saldobevestigingen 3 verschillende debiteuren uit 8 kiezen. Met drie losse ASELECTTUSSEN-cellen kan dezelfde debiteur twee keer worden gekozen, en als een steekproef wordt afgekeurd, moet de nieuwe trekking in het bestand terug te vinden zijn.

De oplossing werkt in drie stappen:

  • geef elke rij een willekeurige sleutel
  • schud de hele lijst daarmee en neem de eerste 3, zodat niemand twee keer kan worden gekozen
  • zet de sleutels in een hulpkolom, zodat je ze als bewijs kunt vastzetten
Fragment van het werkblad: in F2 staat de formule
RijABCDEFG
1RelatieNaamWillekeurige sleutelSteekproefomvang33
2D1001Brinkman Installatie BV82138213GekozenD1005=LET( nummers, A2:A9, sleutels, C2:C9, steekgrootte, F1, geschud, SORTEREN.OP(nummers, sleutels), NEMEN(geschud, steekgrootte) )=LET( nummers; A2:A9; sleutels; C2:C9; steekgrootte; F1; geschud; SORTEREN.OP(nummers; sleutels); NEMEN(geschud; steekgrootte) )
3D1002Bakker Groothandel BV19071907D1002
4D1003Smit Transport BV55605560D1007
5D1004De Wit Bouw BV77427742
6D1005Jansen Horeca BV302302
7D1006Haddad Import BV99819981
8D1007Raman Logistics BV44784478
9D1008Visser Metaal BV61156115
10
Formulecel (F2)InvoerOverloopresultaatOpmerking: Kolom C bevat in elke rij =ASELECTTUSSEN(1; 10000), na de trekking vastgezet als waarden; de getoonde getallen zijn één zo'n trekking.

Formule in F2

=LET(
  nummers, A2:A9,
  sleutels, C2:C9,
  steekgrootte, F1,
  geschud, SORTEREN.OP(nummers, sleutels),
  NEMEN(geschud, steekgrootte)
)
=LET(
  nummers; A2:A9;
  sleutels; C2:C9;
  steekgrootte; F1;
  geschud; SORTEREN.OP(nummers; sleutels);
  NEMEN(geschud; steekgrootte)
)

Resultaat: D1005 / D1002 / D1007D1005 / D1002 / D1007

Stap voor stap
  1. Kolom C is eerst in elke rij gevuld met =ASELECTTUSSEN(1; 10000) en daarna als waarden geplakt, dus de sleutels liggen vast: 8213, 1907, 5560, 7742, 302, 9981, 4478, 6115. Met 10,00010.000 mogelijke waarden en 8 rijen is een dubbele sleutel onwaarschijnlijk, maar niet uitgesloten; zie de valkuilen.
  2. LET geeft de invoer een naam: nummers is A2:A9, sleutels is C2:C9, steekgrootte is 3 uit F1.
  3. geschud is SORTEREN.OP(nummers; sleutels): de relatiecodes oplopend gesorteerd op hun sleutel. De kleinste sleutel is 302 (rij 6, D1005), dan 1907 (D1002), 4478 (D1007), 5560 (D1003), 6115 (D1008), 7742 (D1004), 8213 (D1001), 9981 (D1006).
  4. NEMEN(geschud; 3) houdt de eerste drie van die volgorde over: D1005, D1002, D1007. Die lopen over van F2 tot en met F4. Het zijn drie verschillende debiteuren, want elke code staat één keer in de lijst en sorteren maakt geen dubbele.
  5. Zet je F1 op 5, dan groeit de overloop naar D1005, D1002, D1007, D1003, D1008: dezelfde geschudde lijst, met twee codes extra. Zo kun je de steekproef uitbreiden zonder opnieuw te trekken, bijvoorbeeld als de bevestigingen te weinig van het saldo dekken.
  6. Wil je opnieuw trekken, zet dan =ASELECTTUSSEN(1; 10000) terug in C2:C9, laat Excel één keer herberekenen en plak opnieuw als waarden. Omdat de sleutels daartussen vaste waarden zijn, blijft de keuze in F2:F4 staan terwijl je werkt, en laat het bestand precies zien met welke sleutels die keuze tot stand kwam.

Let op: De omgekeerde fout is de actieve ASELECTTUSSEN-formules in kolom C laten staan. De formule werkt dan nog steeds, maar bij elke toetsaanslag wordt de lijst opnieuw geschud en veranderen de drie codes in F2:F4 onder je handen. Wie het bestand later nakijkt, ziet een andere steekproef dan die waarvoor jij bevestigingen hebt verstuurd.

Meer over dit voorbeeld: waarom het werkt, nog 2 valkuilen, 2 varianten

Waarom het werkt

Een willekeurige sleutel per rij plus sorteren is schudden: elke volgorde is even waarschijnlijk, en de eerste n van een geschudde lijst vormen een steekproef zonder teruglegging. Doordat ASELECTTUSSEN in een hulpkolom staat en wordt vastgezet, staat het toeval (dat je moet vastleggen) los van de selectie (die je moet kunnen herhalen).

Gebruik deze opbouw niet als je één willekeurige rij nodig hebt uit een lijst die bij elk uittreksel verandert; INDEX met ASELECTTUSSEN, zoals in het voorbeeld op niveau Halfgevorderd, is dan eenvoudiger.

Het alternatief is ASELECT.MATRIX binnen SORTEREN.OP zonder hulpkolom. Dat is korter, maar niets ligt vast: de steekproef verandert bij elke herberekening en is dus geen controlebewijs.

Meer om op te letten

  • Twee rijen met dezelfde sleutel blijven in hun oorspronkelijke volgorde staan, en dat bevoordeelt de bovenste rij een beetje. Bij 8 rijen en sleutels tot 10,00010.000 gebeurt dat in ongeveer 0,3% van de trekkingen; gebruik bij lange lijsten ASELECTTUSSEN(1; 1000000).
  • Is F1 groter dan het aantal rijen, dan geeft NEMEN de hele lijst terug, zonder foutwaarde. Een steekproef van 10 uit 8 debiteuren wordt ongemerkt een steekproef van 8.

Varianten

=NEMEN(SORTEREN.OP(A2:A9, ASELECT.MATRIX(RIJEN(A2:A9))), F1)
=NEMEN(SORTEREN.OP(A2:A9; ASELECT.MATRIX(RIJEN(A2:A9))); F1)

Zonder hulpkolom: ASELECT.MATRIX levert de sleutels binnen de formule. Korter, maar bij elke herberekening wordt opnieuw getrokken; geschikt voor een demo, niet voor een controledossier.

=INDEX(A2:A9, ASELECTTUSSEN(1, RIJEN(A2:A9)))
=INDEX(A2:A9; ASELECTTUSSEN(1; RIJEN(A2:A9)))

Eén willekeurige debiteur. Drie kopieën hiervan kunnen dezelfde debiteur kiezen, en dat is precies het probleem dat de opbouw op niveau Expert oplost.

Veelgemaakte fouten

Veelgemaakte fouten
SymptoomOorzaakOplossing
Elke dag een andere steekproefJe hebt maandag een willekeurige steekproef getrokken, en dinsdag is het een andere steekproef; het werk dat je erop deed, sluit niet meer aan.Bij het openen van het bestand is elke ASELECTTUSSEN opnieuw berekend. Is een steekproef definitief, maak de getallen dan vast met Plakken als waarden.
Er komt een 10 uit terwijl je 1 tot 9 wildeJe gebruikt ASELECTTUSSEN(1; 10) voor een waarde van 1 tot en met 9, en er komt steeds weer een 10 uit.Beide grenzen doen mee. Voor 1 tot en met 9 schrijf je ASELECTTUSSEN(1; 9). Lees de argumenten als de laagste en de hoogste uitkomst die mag voorkomen, niet als een halfopen interval.
Werkmap traag bij elke wijzigingEen werkblad met een kolom van 50.000 ASELECTTUSSEN-cellen is traag geworden: elke wijziging, waar dan ook, kost een seconde.Vluchtige functies worden bij elke wijziging opnieuw berekend, samen met alles wat ervan afhangt. Zet de kolom om in waarden zodra de gegevens klaar zijn, of zet de generator op een apart werkblad dat je daarna verwijdert.
Nooit 0,5 of 2,5, alleen 1 of 2ASELECTTUSSEN(0,5; 2,5) geeft nooit 0,5 of 2,5, maar alleen 1 of 2.De functie geeft alleen hele getallen en schuift de grenzen naar binnen, naar het dichtstbijzijnde hele getal. Voor willekeurige decimale getallen gebruik je ASELECT() * (hoogst - laagst) + laagst, of ASELECT.MATRIX met de optie voor decimalen.

Gebruikt in combinaties